Psalmen 102:1-28

Statenvertaling 1637 (SVV)

1Een gebed des verdrukten, als hij overstelpt is, en zijn klacht uitstort voor het aangezicht des HEEREN. :2 O HEERE! hoor mijn gebed, en laat mijn geroep tot U komen.

2[0102:3] Verberg Uw aangezicht niet voor mij, neig Uw oor tot mij ten dage mijner benauwdheid; ten dage als ik roep, verhoor mij haastelijk.

3[0102:4] Want mijn dagen zijn vergaan als rook, en mijn gebeenten zijn uitgebrand als een haard.

4[0102:5] Mijn hart is geslagen en verdord als gras, [zodat] ik vergeten heb mijn brood te eten.

5[0102:6] Mijn gebeente kleeft aan mijn vlees, vanwege de stem mijns zuchtens.

6[0102:7] Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen.

7[0102:8] Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak.

8[0102:9] Mijn vijanden smaden mij al den dag; die [tegen] mij razen, zweren bij mij.

9[0102:10] Want ik eet as als brood, en vermeng mijn drank met tranen.

10[0102:11] Vanwege Uw verstoordheid en Uw groten toorn; want Gij hebt mij verheven, en mij [weder] nedergeworpen.

11[0102:12] Mijn dagen zijn als een afgaande schaduw, en ik verdor als gras.

12[0102:13] Maar Gij, HEERE! blijft in eeuwigheid, en Uw gedachtenis van geslacht tot geslacht.

13[0102:14] Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen.

14[0102:15] Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.

15[0102:16] Dan zullen de heidenen den Naam des HEEREN vrezen, en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.

16[0102:17] Als de HEERE Sion zal opgebouwd hebben, in Zijn heerlijkheid zal verschenen zijn,

17[0102:18] Zich gewend zal hebben tot het gebed desgenen, die gans ontbloot is, en niet versmaad hebben hunlieder gebed;

18[0102:19] Dat zal geschreven worden voor het navolgende geslacht; en het volk, dat geschapen zal worden, zal den HEERE loven;

19[0102:20] Omdat Hij uit de hoogte Zijns heiligdoms zal hebben nederwaarts gezien; dat de HEERE uit den hemel op de aarde geschouwd zal hebben;

20[0102:21] Om het zuchten der gevangenen te horen, om los te maken de kinderen des doods;

21[0102:22] Opdat men den Naam des HEEREN vertelle te Sion, en Zijn lof te Jeruzalem;

22[0102:23] Wanneer de volken samen zullen vergaderd worden, ook de koninkrijken, om den HEERE te dienen.

23[0102:24] Hij heeft mijn kracht op den weg ter neder gedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.

24[0102:25] Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.

25[0102:26] Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;

26[0102:27] Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.

27[0102:28] Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden.

28[0102:29] De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden.