Psalmen 20:1-9

Statenvertaling 1637 (SVV)

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. [020:2] De HEERE verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek.

2[020:3] Hij zende uw hulp uit het heiligdom, en ondersteune u uit Sion.

3[020:4] Hij gedenke al uwer spijsofferen, en make uw brandoffer tot as. Sela.

4[020:5] Hij geve u naar uw hart, en vervulle al uw raad.

5[020:6] Wij zullen juichen over Uw heil, en de vaandelen opsteken in den Naam onzes Gods. De HEERE vervulle al uw begeerten.

6[020:7] Alsnu weet ik, dat de HEERE Zijn Gezalfde behoudt; Hij zal Hem verhoren uit den hemel Zijner heiligheid; het heil Zijner rechterhand zal zijn met mogendheden.

7[020:8] Dezen [vermelden] van wagens, en die van paarden; maar wij zullen vermelden van den Naam des HEEREN, onzes Gods.

8[020:9] Zij hebben zich gekromd, en zijn gevallen; maar wij zijn gerezen en staande gebleven.

9[020:10] O HEERE! behoud; die koning verhore ons ten dage van ons roepen.