Psalmen 7:1-17

Statenvertaling 1637 (SVV)

1Davids Schiggajon, dat hij den HEERE gezongen heeft, over de woorden van Cusch, den zoon van Jemini. [07:2] HEERE, mijn God, op U betrouw ik; verlos mij van al mijn vervolgers, en red mij.

2[07:3] Opdat hij mijn ziel niet rove als een leeuw, verscheurende, terwijl er geen verlosser is.

3[07:4] HEERE, mijn God, indien ik dat gedaan heb, indien er onrecht in mijn handen is;

4[07:5] Indien ik kwaad vergolden heb dien, die vrede met mij had; (ja, ik heb dien gered, die mij zonder oorzaak benauwde! )

5[07:6] Zo vervolge de vijand mijn ziel, en achterhale ze, en vertrede mijn leven ter aarde, en doe mijn eer in het stof wonen! Sela.

6[07:7] Sta op, HEERE, in Uw toorn, verhef U om de verbolgenheden mijner benauwers, en ontwaak tot mij; Gij hebt het gericht bevolen.

7[07:8] Zo zal de vergadering der volken U omsingelen; keer dan boven haar weder in de hoogte.

8[07:9] De HEERE zal den volken recht doen; richt mij, HEERE, naar mijn gerechtigheid, en naar mijn oprechtigheid, [die] bij mij is.

9[07:10] Laat toch de boosheid der goddelozen een einde nemen, maar bevestig den rechtvaardige, Gij, Die harten en nieren beproeft, o rechtvaardige God!

10[07:11] Mijn schild is bij God, Die de oprechten van hart behoudt.

11[07:12] God is een rechtvaardige Rechter, en een God, Die te allen dage toornt.

12[07:13] Indien hij zich niet bekeert, zo zal Hij Zijn zwaard wetten; Hij heeft Zijn boog gespannen, en dien bereid.

13[07:14] En heeft dodelijke wapenen voor hem gereed gemaakt; Hij zal Zijn pijlen tegen de hittige vervolgers te werk stellen.

14[07:15] Ziet, hij is in arbeid van ongerechtigheid, en is zwanger van moeite, hij zal leugen baren.

15[07:16] Hij heeft een kuil gedolven, en dien uitgegraven, maar hij is gevallen in de groeve, [die] hij gemaakt heeft.

16[07:17] Zijn moeite zal op zijn hoofd wederkeren, en zijn geweld op zijn schedel nederdalen.

17[07:18] Ik zal den HEERE loven naar Zijn gerechtigheid, en den Naam des HEEREN, des Allerhoogsten, psalmzingen.